Kopenhagen: vooraf

Maandag begint in Kopenhagen de 15de klimaatconferentie.  2 jaar geleden werd in Bali een stappenplan en onderhandelingmandaat overeengekomen om in december 2009 te komen tot een nieuw internationaal klimaatakkoord voor de periode na 2012.  In 2012 loopt het Kyotoprotocol immers af. Onder het Kyotoprotocol kregen de industrielanden bindende reductiedoelstellingen opgelegd. De landen die Kyoto ondertekenden moeten hun emissies verlagen in vergelijking met hun emissieniveau van 1990. Niet alle landen vallen onder het Kyotoprotocol.  Enkel de industrielanden kregen bindende verplichtingen, en niet alle industrielanden ratificeerden uiteindelijk het Kyotoprotocol, Amerika is daarvan het bekendste voorbeeld.  Sommige landen deden dat maar op het nippertje, zoals Australië die net voor de 13de klimaatconferentie in Bali begon het Kyotoprotocol ratificeerde.

De klimaatconferentie in Bali was een moeilijke conferentie, die met een dag verlengd werd. Ik was er toen bij, en die allerlaatste dag voelde echt als een super overwinning. Na Bali volgde er twee jaar onderhandelen, helaas zonder weinig resultaat. Vandaag in Kopenhagen liggen alle puzzelstukken weliswaar op tafel, maar is het vandaag moeilijk te zeggen wat de uitkomst zal zijn.

In de onderhandelingsteksten staat nog veel tussen haakjes, zeker de teksten over ontbossing, en LULUCF: land use, land use change & forestry. Maar algemeen kan je stellen dat er twee grote punten zijn waar de onderhandelingen de voorbije maanden echt op vastliepen, en die de komende twee weken ontmijnd moeten worden.

Het eerste punt gaat over de emissiereductiedoelstellingen.  Hoeveel broeikasgassen verminderen tegen wanneer en in vergelijking met welk basisjaar? Dit was het heikele punt op de laatste dag in Bali. De industrielanden wilden zich maar zelf engageren tot bindende doelstellingen als de ontwikkelingslanden ook beleid zouden voeren om broeikasgassen te vermijden. Hoeveel dat dan moest zijn, mocht vooral niet letterlijk gezegd worden.  Uiteindelijk werd in de Bali tekst in een voetnoot verwezen naar de cijfers uit het 4de rapport van het IPCC.  Industrielanden moeten als groep tegen 2020 hun emissies verminderen met 25-40%, ontwikkelingslanden moeten 15-30% afwijken van het business-as-usual-scenario.  Deze cijfers zullen nog voor heel wat discussie zorgen in Kopenhagen.

Het tweede, nog meer heikele punt, gaat over de financiering van het klimaatakkoord, en de steun die de industrielanden in Bali toegezegd hebben aan de ontwikkelingslanden. De ontwikkelingslanden hebben financiële steun nodig voor maatregelen om broeikasgassen te verminderen of te vermijden, voor maatregelen om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, en voor maatregelen om ontbossing tegen te gaan. Die steun werd door Europa begroot op 100 miljard euro per jaar in 2020.  De Wereldbank daarentegen begroot de middelen die alleen nodig zijn voor adaptatie op 100 miljard dollar per jaar in 2020. En dan is er nog het geld nodig voor de zogenaamde fast-start-financing: geld dat nu onmiddellijk vrijgemaakt moet worden voor dringende klimaatacties in het Zuiden. Hoeveel geld, van waar het moet komen, hoe het beheerd gaat worden is wellicht de dealmaker of dealbreaker straks in Kopenhagen.

Ik waag mij niet aan speculatie. Alle puzzelstukken liggen op tafel, we zullen zien welke puzzel er mee gelegd wordt. In Bali, maar ook op andere klimaatconferenties verliepen de onderhandelingen moeilijk tot zeer moeilijk, maar werd uiteindelijk altijd resultaat bereikt. Geen reden dus om vandaag al te wanhopen. Integendeel.

Advertisements

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: